
Groene logistiek tussen theorie en praktijk
Enkele cijfers: een vierde van de broeikasuitstoot in Europa komt van transport, en maar liefst drie vierde daarvan is afkomstig van het wegvervoer. Het is duidelijk: wil de logistiek zich verder ontwikkelen in Europa, dan zal het op een groene manier moeten gebeuren. “Het komt erop aan om onze economische groei los te koppelen van hulpbronnen”, stelt Europees parlementslid Ivo Belet (CD&V).
Eind december 2011. Ivo Belet geeft een lezing aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Het thema van de dag is groene logistiek en de Europarlementariër vertelt de talrijk aanwezige studenten over de Europese initiatieven om de uitbouw van een duurzame, groene logistiek te bevorderen. En dat is nodig. Binnen de EU is transport voor meer dan 96% afhankelijk van fossiele energieproducten. Transport is ook verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de broeikasuitstoot en maar liefst 71,3% daarvan is afkomstig uit het wegvervoer. De EU heeft zichzelf als doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen. Ook in de transportsector streeft de EU naar een duurzame, energie-efficiënte en milieuvriendelijke vorm van mobiliteit. “Dit betekent vooral het promoten van comodaliteit”, stelt Ivo Belet. “We moeten de verschillende transportmodi binnen dezelfde vervoersketen optimaal combineren. Hierbij worden ook inspanning gedaan om, met behulp van technische innovaties, zo veel mogelijk over te stappen op de minst vervuilende en meest energie-efficiënte transportmiddelen voor vervoer over lange afstand en vervoer binnen de steden (zie hiervoor ook het volgende artikel over het FREILOT-project in Helmond, nvdr.).”
Eengemaakte Europese vervoersruimte
Eén van de Europese vlaggenschepen om - in lijn met de EU2020-strategie – een duurzame economische groei te bewerkstelligen, is het efficiënt gebruiken van hulpbronnen. “We moeten onze economische groei loskoppelen van hulpbronnen en de vervoerssector moderniseren”, legt Ivo Belet uit. “Een concreet Europees initiatief in dit verband is het Witboek Transport 2050. Dit is het kader dat de EU creëert om belangrijke hinderpalen en knelpunten uit de weg te ruimen op tal van cruciale domeinen, zoals vervoersinfrastructuur en –investeringen, innovatie en de interne markt. Het doel: komen tot een eengemaakte Europese vervoersruimte en een volledige geïntegreerd netwerk dat de verschillende vervoerswijzen met elkaar verbindt. Hiermee willen we een drastische verschuiving van de vervoerspatronen van passagiers en goederen mogelijk maken.”
Economische slagader
Dat netwerk, vorig jaar voorgesteld door de Europese Commissie, heet de Connecting Europe Facility. “Het netwerk moet 83 Europese havens per spoor en weg met elkaar verbinden”, zegt Ivo Belet. “Voor 37 belangrijke luchthavens komt er een spoorverbinding naar de grote steden en er worden 15.000 km aan spoorlijnen voor hogesnelheidstreinen aangepast. Daarnaast bevat het programma nog meer dan 30 grensoverschrijdende TEN-T-projecten (Trans-European Transport Network, nvdr.) om knelpunten in het netwerk op te lossen. Het kernnetwerk moet uitgroeien tot de economische slagader van de interne Europese markt. Op het programma staan ook een aantal TEN-T-projecten die voor Vlaanderen belangrijk zijn, zoals de havens van Zeebrugge en de Antwerpen, het Albertkanaal en het kanaal Gent-Terneuzen.”
Tegen 2020 is naar schatting 500 miljard euro nodig om het Europees netwerk tot stand te brengen. Europa trekt hiervoor een bedrag uit van 31,7 miljard euro dat als hefboomkapitaal dient om de lidstaten ertoe aan te zetten om zelf verder te investeren in grensoverschrijdende verbindingen. “Met behulp van de nieuwe projectobligaties kunnen we tientallen miljarden euro’s extra mobiliseren”, zegt Ivo Belet.
Het Europese transportnetwerk draagt concreet bij tot een groenere logistiek. Ivo Belet: “Door de nadruk te leggen op vervoerswijzen die minder vervuilend zijn, geeft de Connecting Europe Facility ons vervoerssysteem ook een impuls om duurzamer te worden. Het TEN-T is een essentieel instrument om ervoor te zorgen dat het vervoersbeleid bijdraagt tot de algemene doelstelling om de emissies door vervoer tegen 2050 met 60% te verlagen. TEN-T-projecten komen pas in aanmerking voor EU-subsidies na een strenge milieueffectbeoordeling.”
Nood aan alternatieve brandstoffen
Nog een belangrijk Europees initiatief dat Ivo Belet aanhaalt tijdens zijn voordracht, is het Energie-stappenplan 2050. “Om te bereiken dat de CO2 uitstoot tot 2050 met meer dan 80% daalt, moet de energieproductie in Europa nagenoeg koolstofvrij worden. Belangrijke punten op het vlak van vervoer zijn de nood aan efficiënte voertuigen en alternatieve brandstoffen. Biobrandstoffen blijven een belangrijke optie voor de luchtvaart, het lange afstandsvervoer over de weg en voor het spoorwegvervoer op plaatsen waar elektrificatie niet mogelijk is. Ook de overstap naar elektrische voertuigen moet gestimuleerd worden en daarvoor is Europese regelgeving noodzakelijk”, aldus de Europarlementariër.
Witboek Transport 2050?
Het Witboek Transport 2050, dat de Europese Commissie in 2011 op tafel legde, is een ambitieus plan om tegen 2050 de mobiliteit te vergroten en de CO2-uitstoot fors te verlagen. Het houdt een grondige hervorming in van het bestaande vervoerssysteem in Europa. Van een beperking van de mobiliteit is geen sprake, maar alles bij het oude laten is evenmin een optie. De olieafhankelijkheid van het vervoerssysteem kan volgens het Witboek doorbroken worden zonder de efficiëntie ervan op te offeren of de mobiliteit in het gedrang te brengen. Concrete doelstellingen zijn om tegen 2050 de uitstoot van de luchtvaart met 50% te verminderen, die van de scheepvaart met 40 tot 50% en die van het wegvervoer met 70 tot 80%. Een gigantische uitdaging, want tegelijkertijd wordt voor die periode een groei van het passagiersvervoer met 50% en voor het goederenvervoer van 80% verwacht. Europa zal onder meer moeten inzetten op multimodaliteit en voorwaarden moeten creëren om een modal shift te bewerkstelligen.
Het Witboek bevat een lijst van 40 maatregelen om de beoogde doelstellingen te behalen. Dit zijn op hun beurt grote uitdagingen, zoals het gebruik van voertuigen op klassieke brandstoffen in de stad halveren tegen 2030, of tegen dan 30% van het goederenvervoer via de weg over afstanden van meer dan 300 km per spoor of over het water laten gebeuren.
Een gedetailleerd overzicht van alle maatregelen vindt u hier: http://www.serv.be/vhc/page/wtr-witboek-stappenplan-interne-europese-vervoersruimte