Ivo Belet

Wie durft het nog opnemen voor Europa?

17 02 2012

Bron: De Morgen

Sinds het uitbreken van de financiële en economische crisis woedt het debat over het democratisch gehalte van de Europese Unie heviger dan ooit. Politicoloog Dave Sinardet stelt terecht in deze krant (DM 15/2) dat Europa steeds meer beslissingsmacht heeft, waaruit hij besluit dat “nationale politici meer dan ooit verantwoording moeten afleggen maar minder dan ooit te zeggen hebben”. Dat laatste is een misvatting die steeds vaker en hardnekkiger opduikt.

De Europese beslissingen komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze worden genomen in Europese Raden waarin de nationale verantwoordelijken mee beslissen volgens Verdragen die door alle nationale parlementen zijn goedgekeurd. De leden van de Europese Raden nemen die beslissingen vanuit de overtuiging dat bepaalde uitdagingen ook in het voordeel van hun burgers beter in Europees verband worden genomen omdat ze de grenzen van de lidstaten overschrijden. Hun nationale parlementen controleren de beslissingen. Het Europees Parlement dat rechtstreeks verkozen wordt en dus directe politieke verantwoording moet afleggen, is in de meeste gevallen ook medewetgever.

Windeieren
Wie klaagt dat die ‘ondemocratische’ EU-Commissie vandaag op een onlegitieme wijze de regie voert, vergeet al te gemakkelijk dat Barroso, Rehn & co alleen kunnen optreden bij de gratie van de macht die ze uit handen van de regeringen en het Europees Parlement hebben gekregen. Ze zijn aan het parlement ook verantwoording verschuldigd. Een andere misvatting is dat de Europese Commissie en Europa bij uitbreiding de speelbal van ‘Merkozy’ zijn. De Duitse en Franse regeringsleiders mogen zichzelf dan wel vaak in de kijker werken, maar de beslissingen worden genomen door alle 27 staatshoofden en regeringsleiders samen.

De oorzaak van deze groeiende kloof tussen de burger en Europa ligt dus niet bij het vermeende gebrek aan democratische legitimiteit van Europa. De Europese beslissingen zijn niet van bovenuit opgelegd door Europa, maar zijn mee beslist door alle lidstaten samen. Zo worden ze echter niet gecommuniceerd en daar loopt het spaak. Vooral wanneer het om moeilijke beslissingen gaat, beperken veel politici zich in eigen land al te vaak tot “het moet van Europa”. Dit terwijl ze perfect weten dat - EU of geen EU- de genomen maatregelen noodzakelijk zijn om de toekomst van hun burgers veilig te stellen en de grote uitdagingen van deze tijd aan te pakken. Het Europese verband geeft aan deze maatregelen een toegevoegde waarde, maar die gaat compleet verloren als men de EU louter als boeman gebruikt. En daar wringt het.

Een goed voorbeeld is de Europese Muntunie. Die heeft de laatste tien jaar Europa en zijn lidstaten geen windeieren gelegd. Men slaagt er echter niet in dit aan de burgers uit te leggen. Van bij de start was duidelijk dat een muntunie budgettaire convergentie vereist, wat werd vertaald in de Maastrichtnormen en in het stabiliteitspact. Aan deze regels hebben de lidstaten zich echter niet gehouden, Duitsland en Frankrijk gaven in 2003 het slechte voorbeeld.

De lidstaten hebben ook geweigerd aan de Europese instanties de nodige instrumenten te geven om de lidstaten afdoende te controleren en zo nodig te sanctioneren. Het sixpack, het Europese semester, de bankencontrole en de andere maatregelen die sinds het uitbreken van de eurocrisis werden genomen hebben geen andere bedoeling dan dit mankement recht te trekken. De lidstaten hebben de verplichting hun financiën op orde te stellen. Ze moeten echter ook kunnen rekenen op de onderlinge solidariteit binnen de Unie.

Duitsland wekt hierbij vaak de indruk de grootste last te moeten dragen, maar laat gemakshalve achterwege dat het een decennium lang het grootste voordeel uit de eenheidsmunt heeft gehaald. Bij het uitbouwen van het luik solidariteit zijn de stappen nog te schuchter. Er is weliswaar het Europees noodfonds, maar men moet meer structurele instrumenten durven creëren, zoals Eurobonds waardoor de EU goedkoper kan lenen voor de lidstaten. Ook de suggestie van de Duitse raad van wijzen voor een Europees delgingsfonds dat de schulden hoger dan 60% van het BBP van de lidstaten overneemt, is in dit verband een goed idee. Hiernaast moeten we uiteraard ook de economie en de werkgelegenheid stimuleren.

Mantra
Politici op alle niveaus, lokaal, regionaal, nationaal en Europees, moeten de intellectuele eerlijkheid hebben om dit beleid mee te verdedigen in eigen land. Niet omdat het moet van Europa. Wel vanuit de overtuiging, zoals de Italiaanse eerste minister het deze week in het Europees Parlement zei, dat dit beleid de toekomst van de eigen burgers op langere termijn moet veilig stellen; dat Europa niet het probleem is, maar meer dan ooit het kader voor het aanpakken van de globale uitdagingen van vandaag.

Wijzen op de noodzaak van meer Europa is niet zomaar een mantra. Het versterken van de Europese integratie en het strakker aanhalen van de economische en budgettaire banden maken ons weerbaarder tegen financiële speculanten. Ze vormen de beste garantie voor het behoud van onze welvaart. Maar als we Europa van onderuit voortdurend uithollen en met alle zonden van Israël beladen, kalft de solidariteit af en dreigt het hele Europese project ineen te stuiken. Als we door het diepste dal zijn, zal blijken dat de EU veel sterker staat en dat dit goed is voor de burgers. Hopelijk zal dit het draagvlak voor Europa verbreden en solidariteit vanzelfsprekend maken.

Wie durft het nog opnemen voor Europa?
Wie durft het nog opnemen voor Europa?