Tussenkomst tijdens het plenaire debat over het programma van het Belgische Voorzitterschap (Straatsburg, 7 juli 2010)
Mijnheer de Eerste-Minister, Voorzitter, collega’s,
Ondanks de complexe politieke situatie in de Belgische politiek, zijn de verwachtingen voor dit voorzitterschap hoog gespannen.
Het feit dat Herman Van Rompuy nu de vaste Voorzitter is van de Raad en in oktober met een cruciale hervorming van ons economisch beleid moet komen, versterkt dit proces nog.
Ik ben ervan overtuigd dat de omgevingsfactoren prima zijn om de komende weken en maanden knopen door te hakken in dossiers die de slagkracht van Europa met een quantumsprong zullen vooruit helpen. Het gaat dan uiteraard om het versterken van de economische samenwerking en om het instellen van een Europees toezicht op de banken.
Mag ik er nog 3 dossiers aan toevoegen:
1.De indicatoren voor het innovatiebeleid.
Niet meteen een dossier waar het publiek van wakker ligt, maar wel essentieel voor de toekomstige welvaart van dit continent.
2. Werk.
De richtsnoeren voor meer jobs (groene, witte, enz) moeten de facto wezenlijk mee onderdeel uitmaken van die opgedreven economische samenwerking.
3. Sport.
Je ziet vandaag in Zuid-Afrika hoe sterk sport is als sociaal instrument. Europa kan sinds Lissabon ook Europese sportacties op het getouw zetten. Het is een prima bindmiddel, tussen regio’s, tussen landen en vooral tussen bevolkingsgroepen. Laten we de sport-raad in november aangrijpen om ook hier een doorbraak te forceren.
Heel veel succes , als voorzitter en in uw verdere politieke toekomst.