meer artikels

EP-stemming over zomertijd: ‘Europese coördinatie essentieel’

ma 04 mrt. 2019 / transport

Over 2 jaar, vanaf maart 2021, moet de halfjaarlijkse uurwissel verdwijnen. Dat heeft de bevoegde commissie in het Europees Parlement vanmiddag beslist. Als blijkt dat de keuzes van de Europese regeringen voor winter-of zomertijd té grote problemen opleveren voor de economie, komt er mogelijk toch nog uitstel.

In september vorig jaar legde de Europese Commissie een voorstel op tafel om vanaf lente 2019 komaf te maken met de zomertijd-regeling. In dat scenario zouden we eind maart e.k. voor de laatste keer onze klok naar de zomertijd omschakelen. Lidstaten die toch liever wintertijd behouden, zouden dan in oktober de laatste wissel naar de wintertijd kunnen maken.

Zo’n vaart zal het niet lopen. Bij de bespreking tussen de lidstaten was het meteen duidelijk dat een dergelijke ongecoördineerde afschaffing, allicht zou leiden tot een lappendeken van tijdzones. En dat is nu net waar het Europees Parlement (maar ook de lidstaten zelf) steeds voor beducht was. Stoppen met het verzetten van de klok, oké. Maar laat ons voorkomen dat we Europa tijdsgewijs gaan versnipperen en zo de voordelen van de interne markt tenietdoen.

Volgens de regeling die het Europees Parlement nu heeft aangenomen, wordt het afschaffen van de uurwissel met 2 jaar uitgesteld. Dat geeft tijd om in kaart te brengen welke tijdzones de lidstaten willen kiezen én de gevolgen ervan te onderzoeken. Standaard geldt de zomertijd dus vanaf maart 2021. Lidstaten die de wintertijd willen behouden, moeten dit voor 1 april 2020 melden aan de EU-Commissie. Daarna wordt een overleg op gang getrokken (met een vertegenwoordiger van elke lidstaat en van de EU-Commissie) om de gevolgen van alle keuzes op de interne markt te onderzoeken. Indien de werking van de interne markt al te erg verstoord zou worden, kan alsnog worden beslist om alles uit te stellen en eventueel een nieuwe regeling uit te werken.

Het afschaffen van de zomeruurregeling vergt een nauwe Europese coördinatie. Permanente zomertijd lijkt bij sommige lidstaten aan te slaan, maar de brede respons op de enquête van de Commissie vorig jaar verbergt grote verschillen tussen de lidstaten. Verschillende lidstaten hebben al laten weten voorstander te zijn van een permanente wintertijd. Andere zien de tijdomschakeling zelfs liever helemaal niet verdwijnen. Nog weer andere, zoals België en Nederland, willen hierover hun bevolking nog consulteren of coördineren met de buurlanden. Het Europees Parlement heeft altijd gewaarschuwd voor de eventuele gevolgen die een lappendeken van tijdsregelingen kan hebben. Goed intra-Europees overleg is dus effectief een must.

Deel dit artikel:
  • Twitter
  • Facebook
  • Linkedin
Artikel afdrukken:
  • Afdrukken